De dodelijkste dag ooit in het bergbeklimmen. Op 1 augustus 2008 zijn 25 klimmers van verschillende internationale expedities samengekomen op ‘’high camp’’ van K2, de laatste stop voor de absolute top van de gevaarlijkste berg op aarde. 48 uur later vielen er elf doden of vermisten. Maar 300 mensen hebben ooit het uitzicht mogen waarnemen vanaf de op een na hoogste berg ter wereld.
Deze documentaire wordt voor 40 procent gefilmd vanuit het perspectief van klimmers in de gezamenlijke expeditie die de reis naar de top aan het filmen waren. De andere beelden zijn gefilmd met acteurs of interviews met overlevenden van de expeditie. Het verhaal start met meerder bergbeklimmers die hun ervaringen vertellen vanaf het laatste kamp, voordat ze de top bereiken.
K2
K2 is de op een na hoogste berg ter wereld, maar wordt door veel klimmers beschouwd als de gevaarlijkste. De berg is 8.611 meter hoog, en daarmee maar ongeveer tweehonderd meter kleiner dan Mount Everest. K2 heeft net als Mount Everest een zogeheten ‘’death zone’’, een zone boven de 8.000 meter. Deze zone is zo beperkt aan zuurstof dat het zelfs met extra ademlucht het maar mogelijk is om maximaal 48 uur in de zone te verblijven voor de meeste mensen.
Daarnaast kunnen er op deze hoogte ook medische noodgevallen ontstaan zoals hoogteziekte. Dit gebeurd als de berg te snel beklommen wordt waardoor het lichaam zich niet snel genoeg kan aanpassen aan het gebrek aan zuurstof.
Er zijn lijsten online te vinden met overleden klimmers, vaak ook met een omschrijving waaraan. De meeste lichamen zijn niet terug te halen vanwege de enorme hoogtes en het gevaar dat het met zich meebrengt. Nederlands klimmer Wilco van Rooijen beschreef K2 onheilspellend genoeg als: ‘’een berg op een berg’’.
Klim naar de top
De eerste moeilijkheden beginnen al bij het kamp. De meeste klimmer willen niet ná augustus nog de top beklimmen vanwege de grote luchtvochtigheid en dus de grote kans op lawines. Van Rooijen merkt op dat de meeste doden in augustus vallen. Echter zijn zij niet de enige die dat doorhebben. Er is een enorme mensenmassa bij het base camp.
Het uiteindelijke doel is om samen naar de top te gaan. Diverse leiders maken onderling met elkaar afspraken in zogeheten ‘’base camp meetings’’. Hier wordt besproken wie de lijnen aanlegt, wie het materiaal controleert en wie als eerste naar boven gaat mocht mooi weer zich laten zien.
Echter maakt men beloftes niet waar. De Koreanen hebben de lijnen niet gecheckt, en de verantwoordelijken voor het materiaal hebben de taak links laten liggen. Iedere minuut vertraging is een minuut minder tijd om in te spelen op gevaar. Uiteindelijk duurt het zo lang dat de klimmers een uur en een kwartier vertraging oplopen.
De vertraging lijkt niet ingekort kunnen worden. De klimtouwen die aangelegd zouden worden om een veilige route te verzekeren werden zo royaal en zo dicht bij het kamp geplaatst dat er uiteindelijk geen touw meer over was om de top te bereiken. Een aanvulling van drie kwartier vertraging wat uiteindelijk zorgt voor twee uur vertraging. Wachtend in een rij, op weg naar de top van K2. Een uiterst ongunstige situatie.
Meerdere tussenkampen op de K2
Foto: Alan Arnette
Vallen en opstaan
De documentaire maakt na tien minuten haar naam al waar. Een harde val van Servische bergbeklimmer Dren Mandic die even een pauze wilde pakken in de lange rij en verongelukt. Een klaarlichte dag, zonder harde wind en extreme kou. Een expeditieleider merkt in het bijzonder op ‘’hoe kan iemand op zo’n perfecte dag vallen?’’. De klimmers op opeenvolgende kamp schieten op om een reddingspoging uit te voeren, maar dit blijkt tevergeefs.
Ook een bergingsactie blijkt haast onmogelijk. Een poging van klimmers uit kamp 4, het hoogste kamp, om de overleden klimmer terug te krijgen blijkt wederom dodelijk. Pakistaanse klimmer Jehan Baig lijkt last te hebben van hoogteziekte en maakt een aantal slechte keuzes, waardoor hij uiteindelijk ten val komt. Zijn verwarring zorgt ervoor dat hij zichzelf niet eens kan proberen te stoppen waardoor hij zonder pardon van de berg afglijdt. ‘’Als iedereen naar beneden was geklommen na de val van de Serviër zou er nu maar één dode zijn, in plaats van elf’’, merkt Perma op.
Overleven
Achttien klimmers van de expeditie stonden uiteindelijk aan de top, waaronder twee Nederlanders. Volle zon, weinig wind en een adembenemend uitzicht. Er werd zelfs nog tijd gemaakt voor foto’s. Echter is door de enorme vertraging de zon bijna zo goed als onder. Een duidelijk signaal voor de klimmers om terug te keren naar kamp 4. Uiteindelijk zullen maar elf van de achttien klimmers de terugkeer overleven.
Een korte bewondering van de top wordt gevold door een zorgvuldige maar snelle terugkeer. Één Noorse klimmer, Rolf Bae, is achtergebleven na de val van Dren Mandic. Een vlekkeloze terugkeer was het niet. De zon was onder en de klimmers zaten in het donker. Een Noorse klimmer merkt op in zijn interview dat de meeste klimmers komen te overlijden tijdens de afdaling. Ook Bae krijgt te maken met dit lot wanneer stukken ijs losschieten van de berg en geraakt wordt. Ook hij overleeft de afdaling niet.
Een belangrijk detail zijn de veiligheidslijnen. Deze zijn meegevoerd door het ijs. De vijftien klimmers achter Bae komen hierdoor zonder lijn te staan, waardoor alle klimmers aan elkaar vastgemaakt moesten worden om samen de afdaling te maken op zoek naar een gefixeerde lijn iets verder beneden. Deze ontbrak ook met waardoor men noodgedwongen niet verder kon afdalen, en moest wachten tot het eerste daglicht.
Onderweg blijkt de situatie steeds drastischer te worden. Twee klimmers ontmoeten elkaar, eentje duidelijk totaal uitgeput. Er is niks dat de andere voor hem kan betekenen. Na een korte valpartij valt er weer een dode op de lijst toe te voegen.
Media
Wilco van Rooijen kaart een belangrijk punt aan. Terwijl plaatselijke reddingsdiensten nog steeds bezig zijn met lichamen van de berg te halen hebben grote mediadiensten zich al verwikkeld in het verhaal. Zij schrijven artikelen over ‘’onervaren klimmers’’. Een nabestaande van één van de Ierse klimmers, Gerard McDonnell merkt op dat ze nog niet eens wisten wat er precies was gebeurd terwijl ze al op het internet geruchten kon lezen over hoe bepaalde klimmers zoals McDonnell gestorven zijn.